Protocol Kindermishandeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Protocol kindermishandeling

 

 

Happy Faces

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoudsopgave                                                                                                                   Pagina

 

 

 

Achtergrondinformatie..................................................................................................................... 1

Inleiding protocol............................................................................................................................. 2

Verdeling verantwoordelijkheden.................................................................................................... 4

Stappenschema.............................................................................................................................. 5

Toelichting op stappenschema....................................................................................................... 6

Informatie Veilig Thuis 0800-2000

 

 

 

 

 

 

Achtergrondinformatie

 

Kindermishandeling komt overal voor. In Nederland zijn naar schatting minstens 80.000 kinderen per jaar slachtoffer van kindermishandeling. Tussen de 50 en 80 kinderen per jaar overlijden aan de gevolgen van kindermishandeling.

Kindermishandeling is een ernstig probleem. Kinderen die mishandeld worden hebben recht op hulp. En liefst zo vroeg mogelijk. De schade kan dan beperkt blijven.

Kinderopvang is bij uitstek een plaats waar (een vermoeden van) kindermishandeling gesignaleerd kan worden.

 

Kindercentra dragen een eigen verantwoordelijkheid voor het signaleren van kindermishandeling en voor het ondernemen van actie na het signaleren. De signalen moeten worden doorgegeven aan de instanties die hulp kunnen bieden aan het gezin. De leidsters hebben hierin een duidelijke taak. Zij zien de kinderen regelmatig en kunnen opvallend of afwijkend gedrag signaleren. Nadat zij signalen hebben opgemerkt is het ook hun taak actie te ondernemen, waarna het protocol wordt gevolgd.

De leidinggevenden steunen de leidsters bij deze taak en geven sturing aan de uitvoering van het protocol. Zij zijn er verantwoordelijk voor dat de signalen bij de juiste instantie terechtkomen. Dit betekent dat er enige deskundigheid moet zijn in het signaleren en in het omgaan met de signalen van kindermishandeling

 

Dit protocol geeft de stappen aan die gezet kunnen worden in het proces van signaleren.

 

Een specifieke vraag van veel kindercentra was: hoe ga ik handelen als een medewerker binnen het kindercentrum zich schuldig maakt aan bijvoorbeeld seksueel misbruik. Daarom is achter dit protocol een protocol specifiek voor het omgaan met ongewenste omgangsvormen en seksuele intimidatie door een medewerker binnen de kinderopvang  opgenomen. Zie bijlage 16.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

N.B.

In dit protocol wordt over leidsters gesproken. Waar leidster staat kan ook leider gelezen worden.

Inleiding protocol

 

Kindermishandeling is geen eenduidig begrip. Wat iemand kindermishandeling noemt, heeft te maken met eigen normen en waarden, de manier waarop men zelf is opgevoed en de cultuur waarin men leeft. Het is van belang onderscheid te maken tussen kindermishandeling en minder gewenste opvoedingssituaties. Iedere ouder maakt immers wel eens fouten, is onredelijk of driftig of deelt een tik uit. Bij kindermishandeling is er echter sprake van structureel, stelselmatig, steeds terugkerend geweld of het ontbreken van zorg van de ouder(s) naar zijn/haar kinderen.

 

 

Definitie van kindermishandeling

Kindermishandeling is elke vorm van bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief, opdringen waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.

 

Hieronder vallen ook verwaarlozing en onthouden van essentiële hulp, medische zorg en onderwijs en het getuige zijn van huiselijk geweld.

 

 

Vormen van kindermishandeling

 

Lichamelijk mishandeling

Er is sprake van lichamelijke mishandeling wanneer de verzorgers het kind verwonden.

Voorbeelden: de verzorger slaat en schopt het kind, de verzorger brandt het kind met een sigaret, bijten, snijden, dwingen om schadelijke stoffen in te nemen.

 

Lichamelijke verwaarlozing

De verzorger is niet in staat of bereid tot het verschaffen van minimale zorg t.a.v. de lichamelijke behoeften van een kind op een of meerdere gebieden: voeding, kleding, onderdak, bezoek aan arts en/tandarts, hygiëne.

Voorbeelden: de verzorger zorgt regelmatig niet voor eten voor de kinderen, het kind is vuil en heeft (langdurig en regelmatig) luizen, de verzorger zorgt niet voor een geschikte slaapplaats voor het kind. Het kind komt altijd met vieze luiers en heeft ernstige luieruitslag, het kind heeft medicijnen nodig, maar de verzorgers zorgen er niet voor dat het kind ze regelmatig krijgt, een kind wordt 's nachts vele uren alleen gelaten.

 

Emotionele mishandeling

Vrijwel alle vormen van kindermishandeling brengen negatieve emotionele/psychologische boodschappen over naar het kind.

Voorbeelden: de verzorger kleineert het kind vaak, er is sprake van partnergeweld, de verzorger geeft het kind de schuld van relatieproblemen, de verzorger staat geen vriendschap met leeftijdsgenootjes toe, het kind wordt achtergesteld bij andere kinderen uit het gezin, het kind wordt gepest, getreiterd, de verzorger houdt het kind vaak thuis om op jongere kinderen te passen; de verzorger is ervan op de hoogte dat het kind zich inlaat met illegale praktijken maar grijpt niet in; de verzorger verkoopt drugs in het bijzijn van het kind; het kind wordt ingeschakeld bij de verkoop van drugs.

 

Getuige zijn van huiselijk geweld: kinderen die opgroeien in een gewelddadig gezin, voelen de spanning, horen de kreten, zien de verwondingen, willen tussenbeide springen en kunnen daardoor ernstige psychische schade oplopen. Die kinderen leven in constante angst.

 

Emotionele verwaarlozing

Het ontzeggen van warmte, aandacht, respect, contact, nooit eens knuffelen.

Seksueel misbruik

De verzorger heeft seksueel contact met het kind, probeert dit te hebben of laat het kind kijken naar, ter bevrediging van de seksuele gevoelens van de betrokken verzorger en/of uit geldelijk gewin.

Voorbeelden: de verzorger laat het kind pornografisch materiaal zien, de verzorger betrekt het kind in wederzijdse masturbatie, de verzorger verkracht het kind.

 

 

Terminologie

 

In dit protocol is gekozen voor het gebruik voor de term verzorger. Onder verzorger wordt verstaan de ouder en/of wettelijk vertegenwoordiger (bijvoorbeeld een voogd) van het kind.

 

 

Verdeling verantwoordelijkheden

 

Bij gebruik van dit protocol moet duidelijk zijn wie binnen de organisatie waarvoor verantwoordelijk is.

 

Verantwoordelijkheden directie, bestuur, leidinggevende:

  • Opnemen van het protocol kindermishandeling in het kwaliteitsbeleid van de organisatie.
  • Informeren van ouders en medewerkers over dit beleid.
  • Steunen van alle medewerkers in het handelen volgens het protocol.
  • Zorgdragen voor voldoende deskundigheid bij medewerkers over signaleren en omgaan met (vermoedens van) kindermishandeling.
  • Eindverantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van het protocol.

 

Verantwoordelijkheden leidinggevende:

  • Herkennen van signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling.
  • Functioneren als vraagbaak binnen de organisatie voor algemene informatie over (het protocol) kindermishandeling.
  • Overleg plegen met de medewerker die zorg heeft over een kind.
  • Indien nodig overleggen met andere beroepskrachten.
  • Kennis hebben van de handelwijze volgens het protocol.
  • Vaststellen van taken van een ieder (wie doet wat wanneer).
  • Contact opnemen met de ouders-verzorger
  • Zo nodig contact op nemen met veilig Thuis voor advies of melding.
  • Waken voor de veiligheid van het kind bij het nemen van beslissingen.
  • Toezien op zorgvuldige omgang met de privacy van het betreffende gezin.
  • Verslaglegging.
  • Afsluiten van het protocol.
  • Evalueren van de genomen stappen.
  • Bijhouden van de sociale kaart.
  • Periodiek bijstellen van het protocol.

 

Verantwoordelijkheden medewerker kindercentrum:

  • Herkennen van signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling.
  • Overleg plegen met de leidinggevende bij zorg over een kind aan de hand van waargenomen signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling.
  • Uitvoeren van afspraken die zijn voortgekomen uit het overleg met de leidinggevende, zoals observeren of een gesprek met de verzorger.
  • Bespreken van de resultaten van deze ondernomen stappen met de leidinggevende.

 

De directie, de leidinggevende en de medewerkers zijn niet verantwoordelijk voor:

  • Vaststellen of er al dan niet sprake is van kindermishandeling.
  • Verlenen van professionele hulp aan ouders of kinderen (begeleiding, therapie).

 

 

Stappenschema

 

FASE 5:

HANDELEN

FASE 1:

VERMOEDEN

FASE 2:

OVERLEG

FASE 3:

PLAN VAN

AANPAK

FASE 4:

BESLISSEN

FASE 6:

EVALUATIE

FASE 7:

NAZORG

FASE 5:

HANDELEN

FASE 5:

HANDELEN

FASE 1:

VERMOEDEN

FASE 2:

OVERLEG

FASE 3:

PLAN VAN

AANPAK

FASE 4:

BESLISSEN

FASE 6:

EVALUATIE

FASE 7:

NAZORG

Fase 1: De leidster heeft een vermoeden< >Observeer en leg vastOnderzoek naar onderbouwingLeg waarnemingen voor aan verzorger(s)Verantwoordelijkheid bij de leidster.

 

 

Fase 2: De leidster bespreekt het onderbouwde vermoeden in een overleggroep

< >Bespreken informatie(Eventueel) extra gegevensPlan van aanpakVerantwoordelijkheid bij de leidster en leidinggevende.

 

 

Fase 3: Het uitvoeren van een plan van aanpak

< >Consulteren Veilig thuisPraten met verzorger(s)(Eventueel) praten met kindBespreken van de resultatenVerantwoordelijkheid bij de leidinggevende.

 

 

Fase 4: Beslissing

< >De vermoedens zijn na overleg met de betrokkenen niet bevestigd.Na gesprek(ken) met verzorger(s) is duidelijk dat verzorger(s) ook bezorgd zijn.Na overleg met verzorger(s) blijft er ernstige twijfel bestaan.Het vermoeden van kindermishandeling blijkt na het gesprek met de verzorger(s) gegrond.Er ontstaat een crisissituatie.Verantwoordelijkheid bij de (aangewezen verantwoordelijke in) overleggroep.

 

 

Fase 5: Handelen

< >Wanneer de vermoedens na overleg met de betrokkenen niet zijn bevestigd: vernietig de werkaantekeningen en sluit de zaak af. Wanneer na gesprek(ken) met verzorger(s) duidelijk is dat verzorger(s) ook bezorgd zijn, verwijs de verzorger(s) door.Wanneer er na overleg met verzorger(s) ernstige twijfel blijft bestaan spreek een extra observatieperiode af.Wanneer het vermoeden van kindermishandeling na het gesprek met de verzorger(s) gegrond blijkt, wordt er een melding bij Veilig Thuis gedaan.Wanneer er een crisissituatie ontstaat, wordt er gemeld bij:      -       politie of

 

      -       Veilig Thuis

Verantwoordelijkheid bij de (aangewezen verantwoordelijke in) overleggroep.

 

Fase 6: Evaluatie

< >Evalueer het proces en de procedureStel zonodig afspraken bijRegistreerVerantwoordelijkheid bij de (aangewezen verantwoordelijke in) overleggroep.

 

 

Fase 7: Nazorg

< >Blijf alert op het welzijn van het kind.Blijf signalen en zorgen melden bij Veilig ThuisVerantwoordelijkheid bij de leidster en (aangewezen verantwoordelijke in) overleggroep.

 

Toelichting stappenschema

 

Fase 1: Signaleren, de leidster heeft een vermoeden

 

Kinderen die mishandeld worden, kunnen veel verschillende signalen laten zien. Deze signalen kunnen wijzen op kindermishandeling, maar kunnen ook een andere oorzaak hebben zoals een scheiding of een sterfgeval.

 

Het bewust worden van een vermoeden van kindermishandeling geeft vaak een vervelend gevoel: onzekerheid over de opgemerkte signalen, angst om je er mee te bemoeien. Wat helpt om kindermishandeling te durven signaleren is de overtuiging en de wetenschap dat kindermishandeling een ernstig probleem is en waar je niet omheen kunt als je met jonge kinderen werkt.

Signaleren begint vaak met een niet-pluis gevoel. Bij signaleren gaat het in de eerste plaats om de zorg die de leidster heeft over een kind, waarvoor zij geen geruststellende verklaring kan vinden. Kindermishandeling is één van de mogelijke oorzaken. Het is niet aan de leidster om vast te stellen dat er sprake is van kindermishandeling. Het gaat om de zorgen die zij heeft over een kind.

Meestal zullen mishandelde kinderen of degene die hen mishandelt niet uit zichzelf over de situatie vertellen. Het is nodig dat personen in de omgeving van het kind de verantwoordelijkheid nemen om situaties van kindermishandeling bespreekbaar te maken en te stoppen.

Bepaal voor deze fase een tijdlimiet (maximaal één maand).

 

< >Observeer het kind, leg waarnemingen vast en zoek naar onderbouwinghet is niet de taak van de leidster om speurwerk naar een dader te doen. Het is niet de taak van de leidster om tot 100 procent zekerheid te komen over de mishandeling.Het is wel de taak van de leidster om het kind te steunen, het beeld over het gedrag duidelijker te krijgen en de zorgen die er zijn te onderbouwen.< >Leg de waarnemingen voor aan de verzorger(s)Bespreek de informatie met collega’s en leidinggevende Extra gegevensPlan van aanpakEen consultatie bij veilig thuisPraten met verzorger(s)(Eventueel) praten met kindBespreek de resultaten in de overleggroep

Fase 4: Beslissing

In de overleggroep wordt de beslissing genomen.

 

< >De vermoedens zijn na overleg met de betrokkenen niet bevestigd en ook de zorgen over het kind bestaan niet meer.Na gesprek(ken) met verzorger(s) is duidelijk dat verzorger(s) ook bezorgd is/zijn. De oorzaak van de zorgen kan een minder gewenste opvoedingssituatie zijn of een andere oorzaak hebben. In het gesprek wordt duidelijk dat ook de verzorgers  vinden dat het belangrijk is dat er hulp op gang komt.

 

 

< >Na overleg met betrokkenen blijft er ernstige twijfel bestaan; het is niet duidelijk of er wel of niet sprake is van een vermoeden. Het vermoeden van kindermishandeling blijkt na het gesprek met de betrokkenen gegrond en de zorg over het kind blijft bestaan. Er ontstaat een crisissituatie. De vermoedens zijn na overleg met de verzorger(s) niet bevestigd en ook de zorgen over het kind bestaan niet meer.Na gesprek(ken) met verzorger(s) is duidelijk dat verzorger(s) ook bezorgd is/zijn.Na overleg met verzorger(s) blijft er ernstige twijfel bestaan; het is niet duidelijk of er wel of niet sprake is van een vermoeden.In dit geval is het goed om de situatie rondom het kind nog een tijdje in de gaten te houden en na een vastgestelde periode (niet langer dan een maand) opnieuw in een intern/extern overleg te bespreken.

 

Maak duidelijke afspraken waarop geobserveerd zal gaan worden en door wie. Ga daarna dan weer naar fase 4 de beslissing.

Het is belangrijk dat op zeker moment besloten wordt tot ofwel actie ofwel afsluiten van de zaak. Vermijd het risico dat een gezin jarenlang achtervolgd wordt door vage vermoedens en onduidelijkheden.

 

< >Het vermoeden van kindermishandeling blijkt na het gesprek met de verzorger(s) gegrond en de zorg over het kind blijft bestaan.In overleg met de directie en overleggroep meldt  je bij Veilig thuis.

 

Het vermoeden hoeft niet bewezen te zijn! Als er in de overleggroep besloten is dat de vermoedens van kindermishandeling worden gemeld bij VT, is het belangrijk dat dit aan de verzorger(s) in een persoonlijk gesprek verteld wordt. VT kan advies geven over het voeren van dit gesprek. Hoewel dit een moeilijk gesprek is, is het van belang voor de verdere hulpverlening aan het kind.

 

Verzorger(s) zijn sneller bereid problemen te erkennen en hulpverlening te aanvaarden wanneer er in alle openheid over gesproken wordt. Zodat zij niet het gevoel hebben dat er zaken stiekem achter hun rug om gebeuren. Isolement houdt kindermishandeling in stand. Openheid kan het doorbreken.

 

 

< >Er ontstaat een crisissituatieWanneer een crisissituatie en/of een levensbedreigende situatie voor het kind ontstaat, belt u  VeiligThuis .

 

 

 

Fase 6: Evaluatie

 

Evalueer het proces en de procedure

< >De overleggroep evalueert datgene wat er is gebeurd en de procedures die zijn gevolgd. Zo nodig wordt de zaak ook doorgesproken met andere betrokkenen. Zo nodig worden verbeteringen in afspraken en/of procedures aangebracht.Zorg ervoor dat geanonimiseerde gegevens met betrekking tot het vermoeden van kindermishandeling worden geregistreerd. Deze gegevens worden door de directie op een centraal punt bewaard.De gegevens worden geregistreerd en bewaard om in kaart te kunnen brengen hoe vaak vermoedens van kindermishandeling binnen de gehele organisatie voorkomen en op welke wijze daarmee wordt omgegaan. Rapportage naar directie.Het bieden van een veilige plek aan het kind.De begeleiding en het observeren van het kind.De bereidheid tot het geven van informatie aan VT over het functioneren van het kind in de groep en het contact met de verzorger(s).Het meedenken in overlegsituaties ten behoeve van hulpverlening aan het kind en de verzorger(s).Zorgen rondom het kind kunnen bij de medewerker allerlei twijfels en gevoelens losgemaakt hebben. Naast het feit dat het de verantwoordelijkheid van de medewerker zelf is om twijfels en gevoelens kenbaar en bespreekbaar te maken, is het belangrijk dat er in de overleggroep aandacht aan wordt besteed. Het is van belang dat er ook nazorg voor de medewerkers  beschikbaar is.Iedere medewerker heeft recht op een veilige werkplek. De werkgever dient hiervoor de voorwaarden te scheppen.

 

Observatieformulier

 

Bij een vermoeden van kindermishandeling ga je eerst deze vragenlijst na om er achter te komen of je ongerustheid gegrond is.

 

Jongen/meisje           

 

Geboortedatum

 

Kindercentrum

 

Groep

 

Naam leidsters

 

 

 

 

 

Sinds wanneer is het kind op het kindercentrum?

 

 

 

Sinds wanneer vertoont het kind opvallend gedrag?

 

 

 

Beschrijf het opvallende gedrag

 

 

 

 

Hoe is het contact met andere kinderen in de groep?

 

 

 

 

Hoe is het contact met volwassenen?

 

 

 

 

Hoe is de uiterlijke verzorging van het kind?

 

 

Hoe is de algehele ontwikkeling van het kind (verstandelijk, sociaal, emotioneel, motorisch)

 

Hoe is het contact tussen kind en verzorgers?

 

 

Hoe is het contact tussen verzorgers en leidsters?

 

 

Zijn er bijzonderheden over het gezin te melden? Vermeld indien mogelijk ook de bron.

 

Is er de laatste tijd iets in het gedrag of in de situatie van het kind veranderd?

 

Wat is bekend over eventuele broertjes of zusjes?

 

 

 

 

 

Route 1: bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling in de thuissituatie (incl. afwegingskader)

Stap 1: In kaart brengen van signalen
Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen  Veilig Thuis of een deskundige op het gebied van letselduiding
Stap 3: Gesprek met de ouder (en indien mogelijk met het kind)
Stap 4: Wegen van het geweld aan de hand van het afwegingskader. Bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen
Stap 5: Beslissen over het doen van een melding en het inzetten van noodzakelijke hulp

In stap 4 en 5 bevindt zich het afwegingskader, zie pagina 8 in het protocol.

Dit is een zeer beknopt overzicht. Bij de uitvoering van de stappen moet altijd de speciale app of het schriftelijke protocol worden gebruikt.

 

Route 2: bij signalen van mishandeling of misbruik door een medewerker kinderopvang jegens een kind (meldplicht)

Stap 1A: Signalen in kaart brengen 
Stap 1B: Direct melding doen van vermoeden geweld- of zedendelict door een collega jegens een kind bij houder
Stap 2: In overleg treden met vertrouwensinspecteur
Stap 3: Aangifte doen
Stap 4: Handelen naar aanleiding van onderzoek van de politie
Stap 5: Nazorg bieden en evalueren

Dit is een zeer beknopt overzicht. Bij de uitvoering van de stappen moet altijd de speciale app of het schriftelijke protocol worden gebruikt.

 

Route 3: bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling

Stap 1: In kaart brengen van signalen
Stap 2: Melden van het gedrag bij leidinggevende
Stap 3: Beoordelen ernst van het gedrag
Stap 4: Maatregelen nemen
Stap 5: Beslissen en handelen
Stap 6: Nazorg bieden en evalueren

Dit is een zeer beknopt overzicht. Bij de uitvoering van de stappen moet altijd de speciale app of het schriftelijke protocol worden gebruikt.

Nieuws

Leuke weetjes

Happy Faces is de afgelopen maanden druk geweest met werkzaamheden op en rond de...


sluiting tussen kerst en oud en nieuw

Beste ouders

 

Het is nog heel vroeg en met dit weer ook echt nog niet iets om over na te...


maatregelen COVID-19

Happy Faces kinderdagverblijf

- Handen wassen/desinfecteren bij aankomst

- kinderen worden...


Collega's gezocht

Nieuwe collega's gezocht!!

Ben jij de collega die ons team wil komen versterken? Stuur dan...

lees meer


Collega's gezocht!!

Wij zoeken collega's met diploma en rijbewijs voor onze vestigingen kdv en bso. Voor informatie...


Design en ontwikkeling door de CreatieveVrienden.